Afgeronde rechthoek: ´t Geuzenheim schapendoezen

Fokken

Fokken

Ik ben sinds 1975 lid van de rasvereniging “De Nederlandse Schapendoes”. Bij het fokken van Schapendoezen houd ik mij aan de regels die de rasvereniging hanteert voor gezondheid en uiterlijk en alle combinaties die ik gedaan heb, zijn volledig goedgekeurd door de Schapendoesvereniging.

Om met een Schapendoes te mogen fokken, moet zij op qua uiterlijk voldoen aan de rasstandaard. Dit wordt bekeken op een keuring tijdens een bijeenkomst van de Schapendoesvereniging en daarnaast 2 x een “uitmuntende” of “zeer goed” beoordeling op een hondententoonstelling. Daarnaast wordt de gezondheid bekeken, vooral op erfelijke oogziekten wordt de schapendoes gescreend. Daarnaast heb ik Akka, Else, Jouke en Pippa laten röntgenen op heupdysplasie (dit is niet verplicht door de rasvereniging).

Voordat een dekking mag plaatsvinden moet de combinatie door de FAC (= Fok Aangelegenheden Commissie) van de rasvereniging worden bekeken en goedgekeurd. Door deze commissie wordt ook gekeken naar de achtergrond van beide honden, de mate van verwantschap en het voorkomen van bepaalde ziekten in beide lijnen. Zoals bij elke rashond, komen bij Schapendoezen een aantal erfelijke ziekten voor. Oogziekten zoals Cataract en PRA behoren daartoe, maar daarnaast ook bepaalde hartafwijkingen en nierziekten. De FAC heeft veel kennis van Schapendoezen en kan de mogelijkheid tot het voorkomen van bepaalde ziekten soms beter inschatten dan de fokker.

Naast uiterlijk speelt ook het karakter een grote rol, en dat is een factor die de fokker grotendeels zelf kan bepalen. Schapendoezen kunnen behoorlijke pittige honden zijn, heel plezierig voor iemand die veel met de hond wil werken, maar het grootste deel van de Schapendoezen zijn “gewoon” huishonden die in een woonwijk moeten leven.

Als fokker probeer ik een mooi Schapendoes-uiterlijk te combineren met een goede gezondheid en een plezierig karakter.

Mijn honden wonen en leven in huis. En dat geldt ook voor de pups. In de woonkamer staat de werpkist en later de ren voor de pups. Ruim 8 weken draait het leven hier in huis volledig om en met de pups. Als ze oud genoeg zijn mogen ze regelmatig in de woonkamer rondlopen, ze komen in aanraking met andere honden, met mensen, met de stofzuiger en alle geluiden en gebeurtenissen die bij een huishouden horen. Nadat de pups op de leeftijd van 6 weken de 1e enting hebben gehad, gaan ze mee voor kleine wandelingetjes in de woonwijk. Ook gaan we naar het winkelcentrum, we gaan naar onbekend terrein waar ze vreemde maar vertrouwde honden ontmoeten, zodat ze zoveel als mogelijk is gesocialiseerd worden.

De a.s. nieuwe eigenaren mogen in principe vanaf het moment dat de pups een week oud zijn, komen kennis maken. De eerste dagen heeft de moederhond rust nodig om aan de pups en de nieuwe situatie te wennen. Daarna is bezoek meer dan welkom! Tijdens de bezoekjes is er tijd om samen te praten over de schapendoes, over opvoeding van de pups en alles waarmee het eerste jaar rekening gehouden moet worden. Samen met de nieuwe eigenaren probeer ik uit te zoeken welke pup het beste bij de mensen past. In principe zoek ik dus de pup voor de mensen uit, het karakter moet bij het gezin passen en dat is belangrijker dan een keuze op kleur. Met het karakter moet je 14 jaar (hoop ik) samenleven! Als de pups 8 weken oud zijn, zijn ze klaar voor een volgende stap in het leven en mogen ze met de nieuwe eigenaren mee.